12/03/2026

Het hof van assisen Oost-Vlaanderen heeft drie mannen schuldig bevonden aan poging tot diefstal met geweld, waarbij opzettelijke slagen en verwondingen werden toegebracht zonder het oogmerk om te doden, maar met de dood tot gevolg. De drie beschuldigden werden elk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar. Zij werden ook allen levenslang ontzet uit hun burgerrechten.

Feiten

De tweede beschuldigde had op 5 maart 2021 een profiel aangemaakt op de App Grindr, waarmee hij onder een profielnaam chatberichten uitwisselde met het latere slachtoffer. Daarin stelde hij zich voor als een 16-jarige jongen die open stond voor een seksueel contact tegen betaling. Om het latere slachtoffer aan te moedigen, stuurde de tweede beschuldigde een foto door van een onbekende jonge man. Deze persoon zag er ouder uit dan zestien jaar, waar het latere slachtoffer positief op reageerde.

De eerste en tweede beschuldigde gingen in Beveren op zoek naar een geschikte ontmoetingsplaats, die ze vervolgens doorgaven aan het latere slachtoffer. Vervolgens pikten ze de derde beschuldigde op aan de markt van Beveren en begaven ze zich naar het gekozen park. De drie jonge mannen waren allen gewapend (jachtmes, Rambo-mes en een BB-gun) en droegen donkere kledij. Tijdens de feiten droegen zij hun wapens grijpensklaar langs hun heup.

De tweede beschuldigde lokte het latere slachtoffer dieper het park in, weg van de straatverlichting. Toen de man dicht genaderd was, richtte de tweede beschuldigde zijn BB-gun op hem. Het slachtoffer zou zich hierop verdedigd hebben, waarop de eerste en derde beschuldigde tevoorschijn kwamen. Het slachtoffer probeerde te vluchten, maar hij werd door de drie beschuldigden achtervolgd en ingehaald, waarbij zij hem probeerden te tackelen. Hij verweerde zich, maar werd omsingeld, geslagen en geschopt. De eerste en derde beschuldigde hadden ondertussen hun mes getrokken. Toen het slachtoffer zich wegdraaide om de slagen van de tweede beschuldigde af te weren, stak de derde beschuldigde met zijn jachtmes tweemaal in zijn richting.

De derde beschuldigde doorzocht de zakken van het stervende slachtoffer, nam zijn gsm en gaf die aan de tweede beschuldigde. Die maakte het toestel stuk, gooide het weg en vertrok. Kort daarop vertrokken ook de eerste en de derde beschuldigde. Het slachtoffer overleed ter plaatse aan zijn verwondingen. 

Verschijning door het hof van assisen

De drie beschuldigden moesten zich verantwoorden voor het hof van assisen in Gent. Het proces startte op 27 februari 2026 en liep tot en met 11 maart 2026.

Beschuldiging en strafmaat 

Na afloop van de getuigenverhoren en de pleidooien verklaarde de jury de drie beschuldigden schuldig aan poging tot diefstal met geweld, waarbij opzettelijke slagen en verwondingen werden toegebracht zonder het oogmerk om te doden, maar met de dood tot gevolg.

Het hof van assisen heeft de drie beschuldigden hiervoor veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Zij werden ook allen levenslang ontzet uit hun burgerrechten.

Motivering schuld

De volksjury hield bij het bepalen van de schuldvraag rekening met verschillende elementen:

  • Het staat vast dat de drie beschuldigden hadden afgesproken om het slachtoffer een lesje te leren en hem te beroven. Indien hun criminele avontuur volgens plan was verlopen, hadden zij hem zonder twijfel beroofd van zijn bezittingen (ook van het gsm-toestel). 
  • Alle beschuldigden hebben wetens en willens actief meegewerkt aan de poging tot diefstal door zich te verenigen, te bewapenen, het slachtoffer te lokken, hem de vlucht te beletten en hem aan te vallen.
  • Toen het slachtoffer zich fel verweerde en uiteindelijk werd neergestoken, zagen de beschuldigden zich verplicht om hun aanvankelijk voornemen te staken omwille van omstandigheden buiten hun wil. 
  • Hoewel de beschuldigden vaststelden dat het slachtoffer hevig aan het bloeden was, zij zich bewust waren van de ernst van de situatie en elk een gsm bij zich hadden, werden de hulpdiensten niet verwittigd.
  • Het is niet zeker, maar evenmin uitgesloten dat zij het gsm-toestel van het slachtoffer hebben genomen om de hulpdiensten te bellen. Uit de debatten is gebleken dat de derde beschuldigde verzocht heeft de hulpdiensten te bellen en dat er ook effectief manipulaties van het toestel zijn vastgesteld. Er kan dus niet met voldoende zekerheid vastgesteld worden dat het toestel bedrieglijk werd weggenomen. Twijfel hieromtrent geldt in het voordeel van de beschuldigden.
  • De wetsgeneesheer stelde twee naast elkaar gelegen messteken vast op de achterzijde van het linkerbovenbeen van het slachtoffer, waarvan één steek doorheen het been tot aan de voorzijde liep. Het overlijden was het gevolg van bloedverlies na transsectie van de linker dijader en dijslagader, en werd zodoende veroorzaakt door de messteken.
  • Het staat niet boven elke redelijke twijfel vast dat de derde beschuldigde bij het toedienen van de messteken het oogmerk had om het slachtoffer te doden, noch dat hij het risico op een fatale afloop besefte en ervaarde.
  • Het staat vast dat het door de derde beschuldigde gebruikte geweld kaderde in de voorafgaandelijke afspraak tussen de drie beschuldigden om het slachtoffer met geweld te bestelen. Zij hebben hier allen wetens en willens aan meegewerkt.

Motivering strafmaat

Het hof baseerde zich bij het bepalen van de strafmaat op volgende elementen:

  • Het gemak waarmee de jonge daders deze strafexpeditie organiseerden en vastberaden uitvoerden, is zonder meer verontrustend. Ze susten hun geweten met de idee dat het slachtoffer een amoureuze afspraak maakte met een 16-jarige jongen, maar gingen er vlotjes aan voorbij dat zijzelf de afspraak in scène hadden gezet en aandrongen bij het slachtoffer. De spanning, de kick en het verhoopte gewin waren duidelijk de voornaamste beweegredenen.
  • Het is schokkend dat geen van de veroordeelden de hulpdiensten heeft verwittigd, hoewel zij daartoe ruim de gelegenheid hadden. De beweerde paniek staat in schril contrast met de opeenvolgende rationele keuzes die er telkens op gericht waren hun straffeloosheid te verzekeren. Het hof verwijs hierbij onder andere naar het vernielen van het gsm-toestel van het slachtoffer, het wegvluchten en onderduiken, het construeren van een vals alibi, het verwijderen van chat-communicatie, het verbranden van sporen, het verbergen van gsm’s en het gebruikte steekwapen. Het was blijkbaar geen optie om gewoon de verantwoordelijkheid  te nemen voor het drama dat zij hadden aangericht.
  • Het is zonder meer stuitend dat de veroordeelden bij het zien van het zwaar bloedend slachtoffer, de nood voelden om dit te filmen, zodat ze hiermee later konden uitpakken. Elk van hen speelde hierin een perfide rol.
  • De veroordeelden hebben met hun laffe daad het leven ontnomen van een 42-jarige man, bij velen geliefd en gewaardeerd, met dromen en verwachtingen en nog een leven voor zich. De schade is onomkeerbaar en de gevolgen voor de nabestaanden zijn vernietigend. Het recht op leven is in onze maatschappij het hoogste goed. Het doden van een medemens behoort daarom tot de zwaarste misdaden. De samenleving vraagt een krachtig signaal dat mensen niet kunnen beschikken over het leven van een ander.
  • De veroordeelden hebben een lange voorgeschiedenis van probleemgedrag. Zowel binnen het gezin als op school stelden zij aanhoudend ongepast gedrag. De opvoedkundige maatregelen opgelegd door de jeugdrechtbank zorgden niet voor een kentering. Er ontstond een gevoel van straffeloosheid, welke zich vertaalde in een escalatie van criminele feiten.
  • Als verzachtende omstandigheden houdt het hof en de jury rekening met de jeugdige leeftijd van de beschuldigden en hun gefaalde opvoeding. Twee van de drie beschuldigden hebben ondertussen een vaste tewerkstelling en een stabiele gezinssituatie. Dit geeft blijk van een fundamentele mentaliteits- en gedragswijziging.
  • De beperkte overschrijding van de redelijke termijn, waardoor voor elk van de veroordeelden de gevangenisstraf met één jaar wordt verminderd.