De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper heeft drie beklaagden veroordeeld wegens het produceren en het bezit van synthetische drugs (in totaal minstens 92 kilogram CMC-kristallen). Deze drugs werden geproduceerd in een loods te Houthulst, waar een grootschalig drugslabo was opgericht.
Feiten
Op 5 juli 2025 trof de politie in een loods in Houthulst een grootschalig drugslabo voor synthetische drugs aan. Ter plaatse werden op dat ogenblik 52 kilogram CMC-kristallen gevonden. De loods werd gehuurd door de eerste beklaagde. Uitgebreid verder onderzoek (onder meer via sporenonderzoek, DNA-sporen, telefoniemaatregelen, observatiemaatregelen, gsm-onderzoek, ANPR-bevragingen, verklaringen,…) leidde tot volgende vaststellingen:
-
Van 1 maart 2025 tot en met 5 juli 2025 werd een grootschalig actief synthetisch drugslabo uitgebaat in een loods te Houthulst. Dit gebeurde in opdracht van niet verder geïdentificeerde vermoedelijk Nederlandse opdrachtgevers.
-
In dit laboratorium werden minstens 92 kilogram CMC-kristallen (3-CMC en 4-CMC, zijnde synthetische cathinones met een stimulerende werking) geproduceerd, met een geraamd illegaal vermogensvoordeel van 1.296.000 euro.
-
Het labo werd uitgebaat door de eerste beklaagde, als huurder van de betreffende loods. Hij werkte hierbij samen met de tweede en de derde beklaagde (beiden van Poolse nationaliteit), met het opzet om synthetische drugs te produceren. De eerste en de derde beklaagde hadden rechtstreekse contacten met de niet verder geïdentificeerde vermoedelijke Nederlandse opdrachtgevers.
Tenlasteleggingen
De drie beklaagden moesten zich voor de rechtbank verantwoorden wegens:
-
het aanmaken/vervaardigen van in totaal minstens 92 kilogram CMC-kristallen *
-
het bezit van in totaal minstens 92 kilogram CMC-kristallen en 52 kilogram CMC-kristallen *
-
lidmaatschap van een vereniging om misdaden te plegen
* met de verzwarende omstandigheid dat de beklaagden hierbij deelnamen aan de activiteiten van een vereniging.
De eerste beklaagde bevond zich bovendien in staat van herhaling. Hij was namelijk door de rechtbank in Ieper in een vonnis van 26 oktober 2023 reeds veroordeeld wegens vervaardiging, verkoop en bezit van verdovende middelen.
Beoordeling schuldvraag
Op basis van het uitgebreide onderzoek achtte de rechtbank de feiten bewezen in hoofde van de drie beklaagden.
Strafmaat
De eerste beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 55 maanden en een geldboete van 16.000 euro.
De tweede beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden en een geldboete van 8.000 euro.
De derde beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 50 maanden en een geldboete van 16.000 euro.
Motivering rechtbank
Bij het bepalen van de strafmaat baseerde de rechtbank zich onder andere op volgende elementen:
- De ernst van de feiten, welke getuigen van een gevaarlijke, asociale en oneerlijke ingesteldheid en een totaal gebrek aan normbesef. Hierbij werd rekening gehouden met ieders concrete aandeel bij de feiten.
- Het bijzonder groot gevaar dat drugs met zich meebrengen voor de volksgezondheid en de maatschappij in het algemeen.
- Het ongunstige strafverleden van de eerste en tweede beklaagde.