De correctionele rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde heeft vier agenten vrijgesproken voor opzettelijke slagen met de dood tot gevolg en schuldig hulpverzuim. Bij de arrestatie van een man had één agent een vasculaire halscontrole (ook bloedwurging genoemd) uitgevoerd. De man overleed enkele dagen later in het ziekenhuis als gevolg van het gebruikte geweld. De rechtbank is echter van oordeel dat het toegepaste geweld - met name de druk zetten op de thorax en de vasculaire halscontrole – voldeed aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 37 van de Wet op het Politieambt.
Feiten
Op 13 januari 2022 om 00.35 uur kreeg de politie een oproep. Een vrouw meldde dat zij ongerust was omdat haar buurman aan het roepen en brullen was, en een ruit van zijn woning had ingetrapt. Zij vermoedde dat er opnieuw relationele problemen waren. Twee ploegen van de politie van Wetteren kwamen ter plaatse (in totaal vier agenten). Die troffen de man enkele straten verder al wandelend aan. Hij weigerde op de vragen van de agenten te antwoorden. Wanneer de man plots zei: “Het wordt de Nieuwe Wandeling, zeker?” vermoedden de agenten dat hij zijn vriendin iets had aangedaan. Ze wilden ook voorkomen dat hij nog andere misdrijven zou plegen of zichzelf of andere personen in gevaar zou brengen.
De man weigerde zich te laten fouilleren. Toen de agenten de man wilden arresteren, verzette hij zich. De agenten hielden hem met hun vieren tegen en brachten hem naar de grond. Ze kregen hem niet onder controle, waarop ze bijstand vroegen van andere ploegen. Omdat de agenten de man maar niet onder controle kregen, ging één agent over tot een vasculaire halscontrole (bloedwurging). Tijdens de volledige interventie bleven de agenten op de man inpraten om rustig te zijn en zich over te geven.
Op het moment dat de agenten voelden dat de man zijn kracht verloor, liet de ene agent de wurging los. Daarop merkten de agenten dat de man niet meer reageerde en buiten bewustzijn was. Diverse pogingen om de man terug bij bewustzijn te krijgen, mislukten. Twee agenten meenden dat ze wel nog een polsslag voelden, waardoor de hartmassage niet werd opgestart.
Toen een ander team agenten uit Berlare toekwam, voelden zij geen polsslag meer. Er werd een AED-toestel aangelegd en gestart met hartmassage. Daarop kon er wel opnieuw een hartslag worden gevoeld. Om 1.12 uur arriveerde de MUG-arts. Om 1.40 uur werd de man in levensgevaar met de ziekenwagen overgebracht naar het UZ Gent. Daar overleed hij drie dagen later.
De arts die de autopsie uitvoerde, stelde vast dat de man was overleden aan de gevolgen van hypoxische encefalopathie (= hersenschade op basis van zuurstofgebrek). Secundair overleed hij op een cardiaal arrest dat naar alle waarschijnlijkheid werd uitgelokt door mechanische geweldpleging op de hals (via de vasculaire halscontrole of bloedwurging). Bijkomend was er sprake van een factor compressieve asfyxie (belemmering van de ademhalingsbewegingen).
Verklaring agent
De agent die de bloedwurging toepaste, verklaarde dat hij geen andere mogelijkheid meer zag om de man onder controle te kunnen houden. Zijn collega’s en hij hadden eerst andere dwangmiddelen toegepast, maar deze waren niet effectief. Het was de eerste keer dat hij deze techniek moest gebruiken in zijn loopbaan bij de politie.
Tenlasteleggingen
Eén agent moest zich verantwoorden voor opzettelijke slagen met de dood tot gevolg. Alle vier de agenten moesten zich verantwoorden voor schuldig hulpverzuim (waarbij het gevaar door de verzuimer werd vastgesteld).
Beoordeling schuldvraag opzettelijke slagen met de dood tot gevolg
Het staat voor de rechtbank vast dat één agent (eerste beklaagde) opzettelijk slagen en verwondingen heeft toegebracht met de dood tot gevolg. Ook al heeft hij het overlijden niet gewild, hebben de door hem toegebrachte slagen en verwondingen hiertoe geleid. Zonder het door hem uitgeoefende geweld zou de man nog in leven zijn.
De verdediging wees naar artikel 37 van de Wet op het Politieambt. Dat stelt dat een politieambtenaar ‘geweld kan gebruiken om een wettig doel na te streven dat niet op een andere wijze kan worden bereikt.’ Het gebruikte geweld moet wel ‘redelijk zijn en in verhouding tot het nagestreefde doel’. Daarnaast moet aan elk gebruik van geweld een waarschuwing voorafgaan, tenzij het geweld dan onwerkzaam zou worden.
De rechtbank is vervolgens nagegaan of het gebruikte geweld voldeed aan het legaliteitsbeginsel, het proportionaliteitsbeginsel en het subsidiariteitsbeginsel. De rechtbank onderzocht ook de duurtijd van de vasculaire halscontrole en het gegeven van de voorafgaande waarschuwing.
Legaliteitsbeginsel
De rechtbank stelde vast dat volgende feiten zich voordeden in de maanden voor het overlijden van de man:
- 20 politie-interventies op 35 maanden tijd waarbij het geweld ten aanzien van de ex-vriendin toenam.
- Meerdere politie-interventies omwille van zijn drugsproblematiek, automutilatie en zelfmoordpogingen.
- Eerdere politionele tussenkomsten waarbij de man zich weerspannig / fysiek agressief gedroeg tegenover de politiediensten.
Tijdens de interventie van 13 januari 2002 leken het gedrag en de uitspraken van de man er bovendien op te wijzen dat er opnieuw geweld ten aanzien van zijn ex-vriendin had plaatsgevonden, en dat de man een gevaar vormde voor zichzelf of voor de veiligheid van anderen.
Volgens de rechtbank waren de agenten dan ook gewettigd om over te gaan tot het fouilleren, het arresteren en het handboeien van de man. Gelet op het verzet tegen zijn arrestatie waren de beklaagden tevens gewettigd om verdere dwangmiddelen te gebruiken.
Proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel
Volgens het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel moet het gebruikte geweld noodzakelijk zijn en moet het ophouden zodra het doel is bereikt. Daarbij moet men het minst vexatoire, het zachtste of het minste geweld gebruiken dat voldoende is om het gewenst doel te bereiken.
Volgens de rechtbank is aan het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel voldaan. Het was in de concrete omstandigheden gerechtvaardigd om de vasculaire halscontrole toe te passen. De vier beklaagden samen kregen de man niet onder controle. Ook bleken de voorafgaand toegepaste dwangmiddelen onvoldoende om te man te kunnen boeien.
Duurtijd vasculaire halscontrole
Volgens de burgerlijke partijen werd de vasculaire halscontrole te lang uitgevoerd (met name 1 minuut en 45 seconden). Op basis van het strafdossier kon de exacte duurtijd echter niet bepaald worden. Ook de bewering dat de vasculaire halscontrole niet correct werd uitgevoerd, kon niet aannemelijk worden gemaakt. De rechtbank wijst er bovendien op dat de compressieve asfyxie (de belemmering van de ademhalingsbewegingen) ook heeft bijgedragen tot het overlijden.
Geen voorafgaande waarschuwing
Het staat wel vast dat de agenten geen voorafgaande waarschuwing gaven aan de man toen de vasculaire halscontrole en andere dwangmiddelen werden uitgevoerd. Maar gelet op de concrete omstandigheden zouden de uitgeoefende dwangmiddelen niet werkbaar geweest zijn indien men de man op voorhand hiervoor had gewaarschuwd.
Conclusie
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het toegepaste geweld door de ene agent - met name de druk zetten op de thorax en de vasculaire halcontrole – voldeed aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 37 van de Wet op het Politieambt. De rechtbank spreekt om die reden deze agent vrij voor opzettelijke slagen met de dood tot gevolg.
Beoordeling schuldvraag weigeren van hulp (schuldig verzuim)
Uit het strafdossier bleek dat de vier agenten op een gegeven moment vaststelden dat de man in groot levensgevaar verkeerde. Ze merkten dat hij buiten bewustzijn was en zijn aangezicht een blauwe/grijze kleur had. Daarop beslisten ze onmiddellijk om de hulpdiensten te verwittigen.
De agenten voelden ook aan de hals en polsen van de man of zij een hartslag konden waarnemen. Volgens twee agenten was er nog sprake van een polsslag, waardoor ze er allen vanuit gingen dat de man louter buiten bewustzijn was. Vanuit die optiek dienden zij gerichte zorgen toe (snot en schuim verwijderen, juiste houding en ondersteuning, praten, water in het gezicht aanbrengen,…) en meenden zij dat het niet nodig was om met de reanimatie te starten.
Volgens de rechtbank hebben de agenten – in afwachting van de komst van de ambulance en de MUG-arts – naar best vermogen gehandeld, rekening houdend met hun beperkte medische kennis en opleiding. Het feit dat ze een verkeerde inschatting maakten en dus niet overgingen tot het opstarten van hartmassage, valt niet onder de toepassingsvoorwaarden van schuldig hulpverzuim.
De rechtbank spreekt de agenten om die redenen vrij voor het weigeren van hulp/schuldig hulpverzuim.
Burgerlijke vorderingen ongegrond
Gelet op de vrijspraak voor de tenlastegelegde feiten zijn de vorderingen van de burgerlijke partijen ongegrond verklaard.
In onderstaand PDF-document kan u het volledige (geanonimiseerde) vonnis nalezen.