25/06/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen (afdeling Gent) heeft een podoloog veroordeeld wegens verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit. Hij had tijdens een behandeling twee verschillende vrouwelijke patiënten in hun intieme zone betast en met de vinger gepenetreerd. Volgens de rechtbank voerde de beklaagde geen normaal klinisch onderzoek uit en heeft hij zijn professionele grenzen als podoloog overschreden.

Feiten 

Op 6 juni 2023 diende een vrouw klacht in bij de politie: zij zou door een podoloog zijn aangerand. Tijdens een onderzoek had die podoloog op een bepaald moment met zijn vingers onder de onderbroek van de vrouw en tussen haar schaamlippen geduwd. Toen de vrouw vervolgens op de tafel op haar buik moest liggen, bracht hij zijn andere hand opnieuw in haar onderbroek en duwde hij op haar schaamlippen en clitoris. 

Op 14 september 2023 deed een tweede vrouw aangifte van verkrachting door dezelfde podoloog. Ook zij verklaarde dat hij tijdens een onderzoek met zijn vingers tussen haar schaamlippen had getast. Op haar vraag of dit normaal was, werd door de podoloog bevestigend geantwoord.

Tijdens zijn verhoor verklaarde de podoloog dat het voelen aan de intieme zone tijdens dat specifieke onderzoek mogelijk is, maar dat dit absoluut nooit met seksuele bedoelingen gebeurt. Hij had tegen de vrouwen gezegd dat ze moesten aangeven als ze zich daarbij oncomfortabel voelden. Hij deed dit soort onderzoeken overigens al 26 jaar, zowel bij volwassenen als bij kinderen, en hij had er nog nooit problemen mee gehad. Als lesgever aan de hogeschool leerde hij dit type klinisch onderzoek ook aan zijn studenten aan. 

Aanstelling deskundige

Het parket stelde op 22 december 2023 een deskundige aan, om te adviseren of de gebruikte onderzoeksmethode in de gegeven omstandigheden normaal en gebruikelijk was. De deskundige kwam tot volgende conclusies:

  • De beklaagde wou medisch nagaan of een bekkeninstabiliteit een mogelijke oorzaak was van het klachtenpatroon van beide vrouwen. Dit deed hij door onder andere een onderzoek van de lage rug, het heupgewricht en het schaamgewricht (symphysis pubis) uit te voeren. Bij een juiste indicatie kan dit in bepaalde omstandigheden als een medisch te verantwoorden handeling worden beschouwd, en kan dit kaderen binnen een normale medische praktijk. 

  • In de situatie van beide vrouwen was er echter geen medische indicatie om een klinisch onderzoek te voeren ter hoogte van schaamgevoelige lichaamsregio's. De ene vrouw kwam op consultatie met klachten van voetblaren, terwijl de andere vrouw last aan de knieën had. Het aanraken van de schaamlippen kon in deze gegeven omstandigheden niet als een normale en gebruikelijke onderzoeksmethode worden beschouwd.

  • De podoloog heeft bovendien bij beide patiënten de beweegredenen van dit specifieke onderzoek rond de schaamstreek op voorhand niet uitvoerig en/of verstaanbaar toegelicht. Een correcte communicatie over een onderzoek van de bekkenstreek/genitale streek zoals uitgevoerd door de beklaagde als zorgverlener is nochtans essentieel.

Tenlasteleggingen

De beklaagde moest zich voor de correctionele rechtbank verantwoorden voor verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit, telkens met de verzwarende omstandigheid dat hij zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed bevond ten aanzien van het slachtoffer (met name als podoloog).

Beoordeling rechtbank verkrachting

De rechtbank achtte het bewezen dat de beklaagde in zijn functie van podoloog twee vrouwelijke patiënten heeft verkracht. Daarvoor baseerde de rechtbank zich op volgende elementen:

  • De geloofwaardigheid van de verklaringen van beide vrouwen omtrent de penetratie van hun vagina door de podoloog met zijn vingers. Het betreft twee totaal van elkaar onafhankelijke verhalen, die hetzelfde patroon en dezelfde handelingen beschrijven. Bovendien hebben beide slachtoffers – die elkaar niet kennen - geen enkele reden om de beklaagde onterecht van dergelijke zware feiten te beschuldigen. Beide slachtoffers hebben de feiten nadien ook gemeld aan de vertrouwenspersonen om hen heen. Eén van de vrouwen won zelfs het advies van verschillende professionele hulpverleners in rond het gedrag van de beklaagde alvorens aangifte te doen. 

  • Naast het bewezen aspect inzake de penetratie met de vingers staat het naar het oordeel van de rechtbank eveneens met afdoende gerechtelijke zekerheid vast dat beide vrouwen - in het kader van het onderzoek op hun lichaam - daartoe geen voorafgaande toestemming hadden gegeven.

  • Pas tijdens de feiten zei de podoloog tegen beide vrouwen dat ze moesten aangeven als ze zich daarbij oncomfortabel voelden. Op dat moment was de verkrachting (penetratie) echter al bezig en voltooid. De stelling van de beklaagde – dat hij geen feedback kreeg – is dus niet relevant.

  • De andere stelling van de beklaagde - dat zijn handelingen geen seksuele intenties hadden – is voor de rechtbank eveneens irrelevant. Uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt immers dat zij deze handelingen wel degelijk als seksueel hebben ervaren. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat het tussen de schaamlippen duwen en het duwen op de clitoris door elk redelijk persoon als seksueel wordt ervaren. Daardoor voldoet dit aan de wettelijke bestanddelen van de ten laste gelegde misdrijven. 

  • De beklaagde heeft met deze handelingen beide vrouwen verrast in hun verwachtingen van een normale behandeling. Hierdoor waren de beide slachtoffers dermate bevroren of ontzet dat zij zich tegen deze onverhoedse handelingen niet onmiddellijk hebben verzet. De strafbaarheid van dergelijke handelingen hangt in het licht van de toepasselijke wetgeving ook niet af van de reactie van de slachtoffers.
  • De beklaagde heeft bovendien ten aanzien van één van de vrouwen een list aangewend om zijn handelingen verder te kunnen zetten. Zo antwoordde hij bevestigend op haar vraag of dergelijke behandeling wel normaal was. Door het aanwenden van deze list liet het slachtoffer de beklaagde toe om verder te gaan met zijn handelingen en hield zij zichzelf voor dat het wel normaal zou zijn, ondanks het gegeven dat ze er zich ongemakkelijk bij voelde.

  • De beklaagde heeft de slachtoffers niet op voorhand geïnformeerd over de handelingen die hij zou stellen (waaronder het duwen tussen de schaamlippen met de vingers). Dit mag van een professioneel podoloog nochtans wel degelijk verwacht worden. Temeer omdat de beklaagde zelf verklaarde dat hij in de lessen aan de hogeschool aan zijn studenten meedeelt dat men bij klinisch onderzoek van de patiënt mogelijks de geslachtsdelen raakt. De rechtbank wijst in dit verband ook naar het verslag van de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg, waarin staat vermeld dat patiënten op voorhand moeten geïnformeerd worden over dergelijke lichamelijke aanrakingen voor zover die strikt noodzakelijk zijn voor een goede diagnostiek en behandeling, en dat zij hiermee moeten instemmen. 

Beoordeling schuld aantasting seksuele integriteit

Ook wat betreft de overige handelingen – het betasten van beide vrouwen in hun lies- en schaamregio en het opzij schuiven van hun onderbroek – volgt de rechtbank de beklaagde niet in zijn stelling dat hij deze handelingen heeft gesteld vanuit een diagnostisch perspectief, waarbij hij een normaal klinisch onderzoek uitvoerde. De rechtbank volgt daarbij het advies van de gerechtsdeskundige, en stelt dat de beklaagde wel degelijk zijn professionele grenzen als podoloog heeft overschreden.

Strafmaat

De beklaagde werd veroordeeld tot de minimum gevangenisstraf van drie jaar met uitstel voor een termijn van vijf jaar. Daarnaast wordt hij ontzet uit zijn burgerrechten voor een periode van 10 jaar. 

Aan één van de slachtoffers moet hij een provisionele schadevergoeding van 5.000 euro betalen. Er werd een deskundige aangesteld om de effectieve geleden schade te kunnen bepalen.

Motivering 

Bij het bepalen van de strafmaat en de burgerlijke belangen hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten en de zware impact op het intieme en mentale welzijn van de slachtoffers.