Het hof van beroep Gent heeft een gynaecoloog en een arts-specialist in opleiding vrijgesproken voor onopzettelijke slagen. De zaak had betrekking op een plexusletsel dat een baby bij haar geboorte had opgelopen. Volgens het hof toonden de beklaagden aan dat het plexusletsel verschillende mogelijke oorzaken kon hebben, en dat dit letsel niet per se een fout van hen veronderstelde. Op grond van het deskundigenverslag was er ook onvoldoende zekerheid dat uitsluitend een trekken of tractie van het hoofd de oorzaak kon zijn van het vastgestelde plexusletsel.
Feiten
Op 11 mei 2018 waren beide beklaagden betrokken bij een bevalling in het OLV ziekenhuis Aalst. De eerste beklaagde was werkzaam als diensthoofd gynaecologie en begeleider van de tweede beklaagde, die arts-specialist in opleiding was. De vaste gynaecologe van de moeder was op dat moment niet aanwezig.
Volgens de ouders zou de tweede beklaagde bij de bevalling te hard aan het hoofdje van de baby hebben getrokken. De eerste beklaagde zou dan de bevalling hebben overgenomen.
Een dag na de geboorte stelde men vast dat de baby een onnatuurlijke houding aannam en haar rechterarm niet kon strekken. Onderzoek in het UZ Gent toonde aan dat het kind een plexusletsel had opgelopen. Na meerdere operaties is er nog altijd vrees voor een blijvende lichamelijke schade.
Tenlastelegging
De twee beklaagden moesten zich voor de rechtbank verantwoorden voor onopzettelijke slagen; met name door tijdens de bevalling een tractie uit te voeren op het hoofdje van de baby waardoor een plexusletsel werd veroorzaakt.
Oordeel correctionele rechtbank van eerste aanleg
De correctionele rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, besliste op 25 maart 2025 dat beide beklaagden schuldig waren en veroordeelde hen elk tot een gevangenisstraf van drie maanden, met uitstel voor een periode van drie jaar.
De rechtbank baseerde zich bij haar beoordeling onder andere op het verslag van het college van deskundigen van 13 april 2021.
Zowel het openbaar ministerie als beide beklaagden gingen tegen dit vonnis in beroep. Zo verweten de beklaagden het college van deskundigen een gebrek aan objectiviteit, onpartijdigheid, neutraliteit en techniciteit.
Oordeel hof van beroep
Net als de rechters in eerste aanleg stelt het hof vast dat het verslag van het college van deskundigen van 13 april 2021 een grondige en technisch onderbouwde analyse bevatte, met bevindingen die door wetenschappelijke verwijzingen zijn gestaafd. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de leden van het college, dat was samengesteld uit artsen met grote ervaring in neonatale en volwassen plexus brachialis verlammingen.
Uit dit deskundigenverslag blijkt dat het plexusletsel aan het rechter armpje een uiterst zeldzaam plexusletsel was. De beklaagden konden overigens met de diagnose van een plexusletsel akkoord gaan.
De beklaagden maken het in hun conclusies – met verslagen van verschillende artsen en staving met wetenschappelijke medische literatuur – echter op een gefundeerde wijze aannemelijk dat een plexusletsel verschillende oorzaken kan hebben, en dat dit niet per se een fout van hen veronderstelt.
Het verslag van het college van deskundigen kan deze aangevoerde wetenschappelijke gestaafde argumenten niet weerleggen. Er is op grond van het deskundigenverslag onvoldoende zekerheid dat uitsluitend een trekken of tractie van het hoofd de oorzaak kon zijn van het vastgestelde plexusletsel.
Het hof volgt het besluit dat verschillende feiten een plexusletsel kunnen veroorzaken, waaronder ook de val van de moeder op haar buik, enkele weken voor de geboorte. Er is ook onvoldoende zekerheid over welke handelingen en welke trekkracht bij de bevalling werden gesteld.
In die omstandigheden bestaat er redelijke twijfel die de beklaagden ten goede dient te komen, zodat zij moeten worden ontslagen van rechtsvervolging. De burgerlijke vorderingen worden ook afgewezen als ongegrond. Evenmin moeten beide beklaagden een rechtsplegingvergoeding betalen.